| Emelten: Een emelt is de
larve van de langpootmug. De witte pootloze made vreet niet alleen
aan de ondergrondse delen, maar ook aan de bovengrondse delen van
de plant. Bij zachte winters gaat de vreterij gewoon door. De oudere
larve (geen rups) wordt grauwig grijs en plat van vorm. Vooral in
vochtige warme najaren is de kans op schade het grootst.
Ritnaalden: Ritnaalden zijn larven
van de kniptor. Ze veroorzaken vooral schade bij gronden die een
bepaalde tijd voorzien zijn van een dichte begroeiing, zoals bijvoorbeeld
grasland. Ook ideaal voor dit insect is een perceel met veel onkruid.
Dit insect boort zich in het vlezige deel van het rhizoom. Een dergelijk
aangetaste plant sterft bijna altijd af.
Rupsen: Verschijnen meestal in het
voorjaar in vooral overwinterde percelen.
Schuimbeestjes: Schuimbeestjes veroorzaken
schuim in de bladoksels, op groeipunten en op stengels. In dit schuim
zit de groene larve. Deze veroorzaken door te zuigen fijne, gele
vlekjes op de bladeren en verkreukeling van het blad.
Slakken: Bij vochtig weer kunnen vooral
kleine naaktslakken de rijpende vruchten ernstig beschadigen. Er
ontstaan gaatjes en schaafplekken.
|